· 

Haken en ogen

Een haakje, ik heb een haakje nodig. Een haakje om dit verhaal aan op te hangen. Laat ik beginnen te vertellen over nu: waar ik sta. Dat wat julie nu lezen tik ik vanaf de bank in een huis in Den Haag waar ik logeer in afwachting van het herstel van mijn scheefstaande wervelkolom. En dan, een knalgele fiets verschijnt uit het niets. Hoe bar ben je om in de winter buiten te willen leven. Wees als de grutto Anne, trek toch vooral naar het Zuiden! Wat we willen weten is: bevalt het? Hoe zien je dagen eruit. Slaapt het een beetje in die kar? Heb je het niet vreselijk koud nu? Hoe zwaar valt het je om te moeten trappen om vooruit te komen? Wat doe je als het gaat sneeuwen of vriezen? Heb je nog wel geld om eten te kopen? Ben je niet bang onderweg? Hoeveel kilometer heb je afgelegd? Hoe lang en hoe hard fiets je gemiddeld? Hoeveel kilo weegt die kar eigenlijk? Gebruik je technologie om je weg te vinden en zo ja, welke app is dat dan? Ben je van plan om hier lang mee door te gaan? Waarom geef je het niet op en ga je niet gewoon in een huis wonen? Geef me feiten Anne, daar kan ik wat mee. Voed me met informatie zodat ik met je kan meeleven want dat wil ik graag.

 

Fascinatie voor de mengelmoes van eenvoud en oneindigheid in variabelen maakt mijn keuze voor monotype als grafische kunstvorm logisch. In aanleg heb ik een zekere mate van invloed op compositie, kleur en materiaalkeuze. Al doende ontstaat een beeld dat onder druk transformeert en eindigt in een onvermijdelijk loslaten. De unieke afdruk als de gespiegelde weerslag van zowel procedé als proces. Op dagen dat er niet gefietst hoeft te worden laat ik me inspireren door de plek waar ik ben, door het materiaal dat voorhanden is. In South Yorkshire raap ik schapenkeutels, in Schelluinen ga ik aan de gang met gras, in Alphen is het rivierklei, stro, en koeienflater. Den Bosch biedt puin, Deurne vooral eikenbladeren en Malki Chiflik rozenbottel en houtskool. Tijdens een iets langere logeerpartij in Den Haag heb ik beschikking over een keuken, dat maakt het mogelijk om voor het eerst zelf papier te scheppen. Papier, de drager van de afbeelding. Zoals een weg het mogelijk maakt om met de fietsen van hier naar daar te komen zo 'draagt' een vel papier het beeld waar we onze ogen op kunnen richten. Papiersoorten zijn als het wegdek: het soort wegdek maakt fietsen tot een bonkende hel of een zoevend feestje. Hoe groter mijn begrip van de effecten die het papier heeft, des te uitgebreider worden mijn scheppingsmogelijkheden.

 

Dagboekschrijver ben ik allang niet meer. Dat wat ik met heel de wereld wil delen deel ik hier, op facebook, op twitter, in publieke ruimte of in het werk dat ik maak. Privé deel ik in persoonlijk contact met vrienden, van gezicht tot gezicht. Ook hierin is mijn gedrag niet veel anders dan dat van jou. Rapporteer jij publiekelijk over jouw dagelijkse beslommeringen? Tuurlijk niet, je hebt wel wat beters te doen. Maar ja, mijn leven lijkt retespectaculair en dus wil je er alles van weten. Daar komt 'ie dan: een dag uit mijn leven. 

 

Schrik niet. Net als jij word ik 's ochtends wakker doe mijn ogen open en draai me dan nog even om om te genieten van de eigen lichaamswarmte in de cocon van het bed (de slaapzak). Buiten wordt het lichter en als de aandrang om te plassen niet langer genegeerd kan worden begeef ik me - net als jij - naar het toilet (in een bosje, achter een muurtje of op een wcpot als die voorhanden is). Net als jij voer ik het ritueel uit van ogen uitwrijven en koffie zetten (op een campinggaspitje). De eerste gedachten dienen zich aan: wat zal ik eens doen vandaag. Eerst maar eens een natte lap over mijn snoet, tanden poetsen en aankleden (laag over laag over laag) gevolgd door het bed opmaken (doe jij niet, ik moet wel). Nog een bak koffie ditmaal met koekjes of een boterham erbij (jawel, de kar heeft een kombuisje en ook proviand aan boord). Even de benen strekken, een rondje rond de kar en de fiets om te kijken of alles nog is zoals ik het de avond ervoor achterliet. Is het een fietsdag dan maak ik de kar gereed voor vertrek: inpakken, bagage stouwen, zijn de steunpoten ingeklapt en de wielwiggen los? De fiets in z'n vrij en trappen maar. Als er niet gefietst wordt bedenk ik wat ik wil doen (eigen baas) en dan installeer ik me met de spullen die ik denk te gaan gebruiken. Omstandigheden ter plekke bepalen hoe dat er uitziet: binnen, buiten, beschut of in het open veld, het kan allemaal. Werk wordt afgewisseld met koffiepauze, lunch en een wandelingetje voor de lol of om proviand in te slaan. Ik doe een dutje als ik daar zin in heb. Is er stroom die ik kan tappen dan laad ik mijn telefoon en laptop op. Luxe als wifi of douche zijn zaken waar ik dankbaar gebruik van maak als het er is en als het er niet is is het ook goed. Heb je al in de gaten dat mijn dag grotendeels verloopt langs dezelfde lijnen als die van de meeste mensen? 'Ja maar de kou dan Anne?' Tja, de kou, daar kan ik weinig mee anders dan me er op kleden en aan overgeven. Op de fiets krijg ik het gauw genoeg warm dus dat zit wel goed. Overnachten in een koude kar is te doen. Bedenk dat ik niet de enige ben die niet op een verwarmd kantoor zit. Stratenmakers, gatengravers, bouwvakkers, marktlui, hoogspanninsmastinspecteurs, fietskoeriers, boswachters, wijkagenten, hondenuitlaters, stuk voor stuk zijn ze hele of halve dagen buiten in de weer. Het verschil is dat zij aan het eind van de dag terecht kunnen in een woning met cv terwijl ik genoegen neem met een wind- en waterdicht huifkarretje waarvan de binnentemperatuur niet meer dan een graad of wat verschilt met de buitentemperatuur. (Maar als het niet hoeft omdat ik bij vrienden binnenshuis kan overnachten doe ik dat natuurlijk liever.) Lang leve de slaapzak, de muts, sjaal en handschoenen. Het duurt even voor het puntje van mijn neus warm is da's al. Als de zon ondergaat duik ik m'n kar in, bij lamplicht lees ik een boek en smikkel ik chocola. Net als jij hoop ik dat ik er 's nachts niet meer uit hoef om te plassen en net als jij red ik dat niet. Dat klinkt allemaal heel gemoedelijk zul je denken. Natuurlijk ken ik periodes dat ik er doorheen zit en me overgeef aan zwelgend medelijdend. Maar na verloop van tijd ebben die gevoelens weg om vervangen te worden voor tijden van creatieve hoogmoed of lamlendigheid. Met enige regelmaat word ik overspoeld door ongebreidelde gevoelens van geluk, euforie, dankbaarheid en blijdschap. Gemiddeld genomen geef ik mijn leven van nu een 7++. 

 

Elk oog zoekt naar een haakje. Onze hersens zijn gericht op het herkennen van patronen. Met een beetje moeite zie je het gewone patroon van mijn gewone leventje. Als ik door de groeiende verzameling monotypes blader valt mijn oog toch telkens weer op iets dat het nog niet eerder zag. Neus! Raam! Vallende kat! Omgedraaid een mensfiguur! Die ene serie rijmt geweldig met die andere! Kijk! Het begint ergens op te lijken! Tijdens het maken zet ik alles in het werk om vooral geen patroon of beeld te zien omdat het enorm afleidt. Tijdens het maken is mijn hoofd gericht op het sturen van mijn handen. Als ik mijn ogen open heb, is dat om te voorkomen dat mijn handen iets omstoten of ergens naast grijpen. Zoveel mogelijk aandacht gaat naar het tastbare. Wat 'hoor' ik als ik het papier aanraak, het potlood vasthoudt. Wat is het dat de materie me wil zeggen? Ik doe mijn best te luisteren zonder aan de klank een boodschap toe te kennen.

 

Met ingang van december verwacht ik mijn weg te kunnen vervolgen. Vanuit Noord-Brabant via de Gelderse achterhoek, Overijssel en Drenthe denk ik over de periode van een week of twee tot in Groningen te komen. Als dat lukt zie ik daarna wel weer hoe verder. Ik hoop dat je me wilt blijven volgen want geloof me: jouw steun is goud!